De sage van de vos Kort verhaal door Larissa Klein Bennink

Hey, lieve lezer van Mel’s Day, ook vandaag kun je weer een kort verhaal lezen op mijn blog. Dit keer is het verhaal geschreven door Larissa Klein Bennink. Larissa kun je kennen van haar boeken InwijdingOnttroond en binnenkort het derde deel in de serie verbond. En voor mijn blog schreef ze dus het korte verhaal De sage van de vos. Ik wens jullie heel veel leesplezier.

Kort verhaal: De sage van de vos

De lokroep van thuis trok aan zijn binnenste. Het teken dat het tijd werd om te vertrekken en anderen zoals hij op te sporen en samen naar de Wolvenkop in het noorden te trekken. Alleen dit verhaal nog. Daarna ga ik er vandoor.

Hij keek toe hoe de bewoners van het dorp dicht tegen elkaar aankropen. Sommigen hulden zich in schapenvachten tegen de nachtelijke kou. ‘Vanavond deel ik met jullie een verhaal dat al vele generaties rondgaat waar ik vandaan kom. Wellicht hebben jullie het eerder gehoord. Vanavond deel ik de sage van de vos.

Lang voordat Vedes de doden verzamelde, voordat Vimarin de zon naar de hemel lokte, en voordat Viaris dromen weefde, geloofde men in de Oude Goden. Een van hen was Terbius, God van het Woud. En in deze tijd leefde een overmoedige jongeman genaamd Ingvar…’

Met een handgebaar en enkele woorden in een oude taal, spon de bard de illusie die hem en zijn luisteraars meevoerde naar de oude, vergeten wereld.

***

Iedereen wist van de Roedel. Jagers van Terbius, vereerd door vele inwoners van Dashyana, gezegend met de gave van gedaanteverwisseling. Ze noemden zichzelf zijn kinderen. Eens in de vijf jaar verzamelden ze zich in hun wolvengedaante voor een samenkomst. Tijdens die samenkomst vond ook de Grote Jacht plaats; een test voor buitenstaanders om zich waardig te bewijzen en deel van de Roedel te worden. Ingvar wilde niets liever. Om ook in een wolf te veranderen, om op vier poten door het woud te rennen en de lucht met scherpe reukzin op te snuiven. Gehaast duwde hij zich tussen de menigte van zijn dorp door. Bijna struikelde hij over de kudde schapen die vanuit de weide weer het dorp in gebracht werden.

‘Vanwaar die haast toch, Ingvar?’ riep de herder hem na.

‘Omdat ik laat ben! De Roedel is vlakbij en de Jacht komt eraan. Dit is misschien wel mijn enige kans!’

‘Waarom zou je willen jagen? Je komt uit een handelaarsfamilie. Volg toch gewoon in hun voetstappen, zoals we allemaal in de voetstappen van onze families volgen.’ Ingvar las de afkeuring in het gezicht van de herder. Hij haalde zijn schouders op en grijnsde breed.

‘Wat ik overhoud van de jacht kan ik altijd doorverkopen.’

Een andere jager lachte schamper. ‘Jij? Een deel van de Roedel? Vergeet het toch, Ingvar. Je bent jong en onervaren, een mager scharminkel. Het bos is veel te gevaarlijk voor je. Als ik jou was, zou ik het een volgende keer proberen.’

‘Maar jij bent mij niet,’ beet Ingvar terug. ‘Ik weet dat ik het kan, en ik zal het bewijzen ook! Laten we een weddenschap sluiten. Als ik door de Roedel geaccepteerd wordt en jij niet, zal jij nooit meer deelnemen aan een Grote Jacht. Als het op de een of andere manier mocht gebeuren dat jij geaccepteerd wordt en ik niet, dan zal ik nooit meer deelnemen.’

‘Prima.’ De andere jager schudde hem de hand. ‘Hier ga je spijt van krijgen.’

‘We zullen nog wel zien wie er spijt krijgt,’ mompelde Ingvar.

Hij sprintte verder, op de houten poort af, het dorp uit, diep het woud in. Dit was zijn kans, de enige die hij kreeg. Hij wist dat hij goed met pijl en boog overweg kon, dat had hij vaak genoeg aan zijn familie bewezen. Nu was het tijd om aan iedereen te bewijzen dat hij de Roedel waardig was. Ingvar volgde sporen van mens en dier, dieper en dieper naar het hart van het woud. De tocht duurde dagen. Langs beekjes, door dik struikgewas, over heuvels en door dalen. Met de sterren tussen het bladerdak als kompas, dwaalde hij verder van huis dan hij ooit geweest was. Geritsel in het struikgewas trok zijn aandacht. Een kleine bruine vos sprong naar voren en keek Ingvar aan. Hij hield een hand bij zijn pijl en boog. De vos trippelde nieuwsgierig dichterbij en draaide een rondje om Ingvar heen. Langzaam liet Ingvar zijn hand zakken en fronste. Dit is geen gewone vos. Het diertje sprong op de bosjes af en kefte. Daar bleef het staan en keek Ingvar afwachtend aan. Vertwijfeld zette Ingvar een paar passen op de vos af. Eenmaal dichterbij dook het de struiken in en kefte opnieuw. Hij wil dat ik hem volg!

Vol hernieuwd zelfvertrouwen rende hij achter de vos aan, nog dieper het woud in, hellingen op en af tot hij aan de oever van een brede beek kwam. Daar zat Terbius, omringd door hoge bomen en weelderige varens. In zijn wolvengedaante was hij zo groot als een paard, met vleugels ingevouwen op zijn rug. Ingvar zakte op zijn knieën en boog naar de grond.

‘Oh Terbius, machtige beschermer van het woud,’ sprak Ingvar zacht. ‘Ik heb vele verhalen gehoord over Uw zegening. Ik smeek U deze ook aan mij te schenken.’

‘Je begrijpt…’ Terbius stond op en zette een paar passen op hem af. ‘Dat ik mijn zegen niet aan iedereen schenk die daarom vraagt? Toon mij dat je waardig bent mijn zegen te dragen. Je hebt tot het einde van de Grote Jacht, vijf nachten van nu.’

Ingvar trok terug het woud in. De vos die hem de weg geleid had was nergens meer te zien. Hij grimaste. Het is nu of nooit. Hij volgde sporen van herten, zwijnen en konijnen, speurend naar een offer dat Terbius waardig was. Bestond zo’n dier wel? Wat was er ooit waardig genoeg voor de God van het Woud? Tegen het einde van de tweede dag kwam Ingvar een ander dorp tegen, vele malen kleiner dan wat hij zijn thuis noemde. Daar trof hij de jager uit zijn eigen dorp.

‘Je bent al verder gekomen dan ik verwacht had Ingvar.’ De jager glimlachte geamuseerd. Ingvar slikte een onvriendelijke opmerking in. Had hij ook al met Terbius gesproken? Dan was zijn voorsprong minder groot dan hij gehoopt had.

‘Ik zei toch dat ik het wel kon?’ Ingvar stak trots zijn borst vooruit. ‘Heb je al bedacht wat je wilt doen als je nooit meer aan de Grote Jacht deelneemt?’
De jager fronste. ‘Als je zo zelfverzekerd bent, laten we onze weddenschap dan nog wat verder uitbreiden.’

Ingvar sloeg zijn armen over elkaar. ‘Ik luister.’

‘Morgen bij zonsopkomst trekken we samen het woud in. Degene die aan het einde van de dag de beste prooi mee naar de herberg neemt, krijgt vijf goudstukken van de verliezer. De dorpelingen hier zullen oordelen wie van ons de winnaar is.’

‘Afgesproken.’ Ingvar schudde de jager de hand en trok zich terug in de herberg. Als hij de volgende ochtend met de beste prooi terug wilde keren, moest hij goed uitgerust zijn.

Met de eerste zonnestralen stonden beide jagers aan de rand van het dorp. Ingvar ademde diep in en liet de geur van vochtige bladeren tot zich doordringen. Ik zal hem laten zien wat ik kan! Net voorbij de bosrand trokken ze beide een andere kant op zodat ze elkaar niet in de weg zouden lopen tijdens hun jacht. Ingvar liet zijn smalle postuur in zijn voordeel werken. Soepel en stil bewoog hij tussen het struikgewas en de bomen door. Vroeg in de middag trof hij sporen in de bosgrond. Ingvar zakte op zijn knieën en bekeek de pootafdrukken. Een zwijn, en een flinke ook! Ingvar glimlachte. Daarmee zou hij zich prima kunnen bewijzen, zowel aan die andere jager als Terbius. Hij volgde de pootafdrukken en uitwerpselen en hield een hand zo dicht mogelijk bij zijn boog. Als hij zijn prooi gevonden had, moest hij snel toeslaan. Verderop knakte een tak. Ingvar bleek stokstijf staan. Geknor, gewroet in de aarde. Voorzichtig sloop hij verder. Op een kleine open plek stond het beest dat hij de afgelopen uren gevolgd had. Het had slagtanden zo lang als Ingvars onderarm. Ja, daarmee kon hij die vijf goudstukken zeker in zijn zak steken! Hij legde een pijl aan op zijn boog, en schoot. De pijl doorboorde de huid van het zwijn. Het dier krijste en stormde op Ingvar af. Snel schoot Ingvar een tweede pijl en dook aan de kant, net op tijd om de slagtanden te ontwijken. Een derde pijl schoot op het zwijn af. Een vierde pijl. Weer stormde het zwijn op Ingvar af. Hij liet zijn boog vallen en trok een dolk uit de schede aan zijn riem. Opnieuw dook Ingvar opzij, en deze keer dreef hij de dolk diep in de flank van het zwijn. Zijn prooi zakte door zijn poten. Ingvar trok de dolk terug en stak opnieuw, deze keer in de hals. Hij keek toe hoe het licht in de ogen van het dier doofde en veegde het bloed af aan de vacht van het zwijn.

Met enige moeite – de jager die hem een scharminkel noemde had toch wel een beetje gelijk – trok Ingvar het karkas mee terug naar het dorp. Enkele dorpelingen stonden hem al op te wachten. Hij zwaaide naar hen. Van de andere jager ontbrak nog ieder spoor. Schemering naderde. Met de minuut nam Ingvars zelfvertrouwen verder toe. Die andere jager had vast niets gevonden, en schaamde zich zo diep dat hij er snel vandoor gegaan was! Ingvar grinnikte. Deze winst kon hij vast in zijn zak steken. En dan kon hij gelijk door naar Terbius om te laten zien dat hij de zegening waar was. Maar net voordat de zon achter de horizon verdween, dook de jager op aan de bosrand. Een zure smaak vulde Ingvars mond. Een golf van jaloezie trok door zijn lichaam, brandde nijdig in zijn borstkas. Zijn zwijn was indrukwekkend, maar viel in het niets bij het hert dat de andere jager meebracht. Het gewei alleen al was groot genoeg om het hele zwijn te dragen! Hoe maak ik daar ook maar enige kans tegen? En inderdaad, de dorpelingen hoefden er niet lang over na te denken om die andere jager als winnaar aan te wijzen. Met tegenzin hield Ingvar zich aan de weddenschap en betaalde hij de vijf goudstukken. Zijn overgebleven geld gaf hij met liefde uit aan een goede pul mede.

Piekerend zat hij daar dan in de gelagkamer. Moest hij zijn verlies dan maar erkennen? Terugkeren naar huis en nooit meer deelnemen aan de Grote Jacht? Nee. Hij weigerde de dorpelingen, en al helemaal die vervloekte jager het plezier te gunnen dat ze “we zeiden het toch?” konden zeggen. Starend naar de steunbalken boven hem overwoog hij zijn andere opties. Hij kon natuurlijk ook… Als hij nou gewoon de eerste was die… Ingvar grijnsde. Hij hoefde alleen maar te wachten tot het juiste moment.

In het holst van de nacht sloop hij zijn kamer uit en glipte vanuit de herberg naar de stal waar de karkassen van het hert en zwijn lagen. Hij greep de poten van het hert stevig beet en trok. Met dit offer moest Terbius hem wel zijn zegen geven. Hij sleurde het hert mee het bos in. Vanuit het struikgewas schoot een roestbruine vos op hem af. Net als op de heenweg kefte het dier, alsof het hem de weg wilde leiden naar Terbius’ heiligdom. De vos dartte om hem heen, snuivend aan de lucht. Ingvar gaf het een zetje met zijn voet.

‘Ga dan. Voordat je het hele dorp wakker maakt.’
Het dier liet zich niet kennen, en bleef dicht bij Ingvar inde buurt. De jager slaakte een zucht. Zo lang ik maar ongezien wegkom, maakt het ook niets uit.

De weg terug naar het heiligdom voelde vele malen korter dan de heenweg. Ingvar sleurde het hert tot voor Terbius’ poten en boog eerbiedig zijn hoofd. Hij voelde de hete adem en brandende blik van de godheid. Spanning trok vanuit zijn onderbuik door zijn hele lichaam. Alles en iedereen in de groeve leek de adem in te houden.

‘Teleurstelling betekent dat ik hoop had. En ik ben diep teleurgesteld in je, Ingvar.’ Terbius sprak langzaam. Voorzichtig waagde de jager een blik op het wezen voor hem. ‘Dacht je werkelijk dat je mij kon oplichten? Dat ik niet door jouw plannen heen kon kijken?’
Ingvar dook in elkaar. Terbius sprak verder met een hint van stille woede.

‘Als je met het zwijn was gekomen dat je zelf gejaagd hebt, had ik je graag mijn zegen gegeven. Maar helaas. Je bent een leugenaar en een dief, Ingvar. Als je sluw bent als een vos, is dat wat je zult zijn tot het einde van jouw dagen.’
Ingvar voelde tintelingen door zijn lichaam trekken. Zijn ledematen krompen. De wereld om hem heen werd langzaam vele malen groter. De geuren van het woud werden vele malen sterker. Tegen de tijd dat het besef tot hem doordrong, was het al te laat. Vier kleine pootjes ploften op de zachte ondergrond, een pluizige staart zwiepte heen en weer. Hij wilde spreken, iets uitroepen, maar uit Ingvars keel kwam niets dan een gekef. In deze nieuwe gedaante torende Terbius al helemaal boven hem uit. De godheid boog voorover tot zijn kop vlakbij Ingvar was en ontblootte zijn tanden. ‘Ren! En waag het niet je hier ooit nog te laten zien.’
Met zijn staart tussen zijn poten, vluchtte Ingvar het struikgewas in.

***

Weer kolkte de wereld. De bard eindigde zijn verhaal en illusie.

‘Ergens heeft Ingvar precies gekregen wat hij zo graag wilde. Hij voelde de grond onder zijn poten en rook het bos als geen ander. Maar wat daarna precies gebeurd is, daar is niemand zeker van.’ Hij slaakte een zucht en streelde de bruine vossenpels die zijn mantel sierde. ‘Volgens sommigen werd hij de rest van zijn leven opgejaagd door de wolven. Een prooi in plaats van de jager die hij wilde zijn. Volgens sommigen siert hij nu de mantel van een machtig jager. En weer anderen beweren dat hij huiswaarts keerde en de rest van zijn dagen spendeerde als het huisdier van zijn familie. Wat we wel weten is dat niemand sinds die dag nog geprobeerd heeft om Terbius te bedriegen.’
Hij staarde in de vlammen. Ondanks de warmte van het kampvuur trok er een tinteling langs zijn ruggengraat naar beneden. De lokroep was sterker dan wat hij nog binnen kon houden. ‘Het wordt tijd dat ik vertrek. Ik kan Vader niet veel langer meer laten wachten.’

Rustig liep hij op de poort af, waar hij in zijn wolvengedaante veranderde en in de duisternis van het woud verdween.

EINDE

Super bedankt Larissa voor je prachtige korte verhaal De sage van de vos.

Liefs, Melanie

*** Let op bloggen is een hobby voor mij, ik heb dan ook niemand die mijn teksten na kijkt op spelling want dat zou mij een paar 100 euro in de maand kosten. Ik heb dyslexie dus de kans is groot dat er hier en daar een spelfoutje in de tekst staat. Ik doe er alles aan om deze te voorkomen maar helaas is dat niet altijd mogelijk. ***

Opzoek naar nog meer leuke korte verhalen lees dan ook eens sneeuwvlokjesliefde.

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. juli 4, 2024

    […] geworden naar meer korte verhalen lees dan ook eens De saga van de vos of Sneeuwvlokjes […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *